05/06/2008 - De presidentsverkiezingen op 4 november aanstaande in de VS schrijven geschiedenis. Niet alleen maakt een zwarte man voor het eerst kans op het hoogste ambt, ook de manier van campagnevoeren is met de inzet van internet op grote schaal revolutionair te noemen. ‘Democracy 2.0 in the making’.
Het gebruik van internet bij een verkiezingscampagne is niet nieuw. Het grote verschil is dat Barack Obama het op een manier gebruikt die nog niet eerder vertoond is. Door netwerksites, e-mail en You Tube slim in te zetten, weet Obama miljoenen mensen in beweging te krijgen.
Door dit slimme gebruik van een ‘nieuw’ medium wordt Obama in een rij geplaatst met presidentskandidaten die hetzelfde deden. Lincoln was de eerste die kranten inzette om steun te verwerven. Franklin D. Roosevelt hield ‘Fireside chats’ (praatjes bij de open haard) en gebruikte daarvoor het, toen nieuwe, medium radio. John F. Kennedy was de eerste die kracht van televisie onderkende en gebruikte.
Wat is het succes van de online campagne van Obama?
Zowel Clinton als Obama zetten in de voorverkiezingen internet in als instrument om het Democratisch kandidaatschap. Voor een duidelijker beeld hebben we naar de cijfers gekeken. Hoeveel geld wordt er per campagne aan mediagebruik besteed en hoeveel daarvan gaat naar internet?
Op de site OpenSecrets.org, Center for Responsive Politics is een overzicht te vinden van het geld dat de kandidaten hebben opgehaald en hoe ze het uitgeven. Het eerste dat opvalt is dat Obama tot dusver bijna twee keer zoveel geld besteedt aan media als Clinton ($ 99,6 miljoen tegen $ 52,4 miljoen). Het grootste deel van dat geld wordt door beide partijen aan Broadcast Media besteed. Internet Media komt bij Obama op de tweede plaats (met $ 6,3 miljoen) en bij Clinton op de 3e plaats (met $ 2,5 miljoen).
Het valt op dat Obama veel geld uitgeeft aan online advertising op o.a. Facebook, Google (Adwords) en Yahoo Search Marketing. Clinton koopt ook in op Google, maar spendeert duidelijk meer geld aan haar website. Het lijkt er op dat ze meer geld uitgeeft aan de site dan aan advertenties of communities elders op internet om verkeer naar de site te krijgen of om zich daar te manifesteren. Ter vergelijking: op de site van Clinton staan links naar 6 communities. Bij Obama zijn dat er 14.
Door zich online breed te profileren heeft Obama zo al anderhalf miljoen kleine donateurs verzameld. Samen brachten die het grootste deel van zijn recordbedrag van $ 250 miljoen bijeen. Daardoor is hij niet afhankelijk van grote geldschieters, in tegenstelling tot vroeger.
Stel dat het werkt: op 5 november is Obama de eerste zwarte president van de VS. Hij is dan ook de eerste president die een bestand van 5 miljoen e-mailadressen heeft. Deze achterban kan hij makkelijk mobiliseren bij het behandelen van moeilijke onderwerpen. Maar er schuilt ook een gevaar in: als hij zijn beloften niet nakomt, dan zal de groep die nu voor zijn grote succes zorgt, zich net zo makkelijk tegen hem keren.











