03/04/2009 - In de vorige nieuwsbrief schreven we over de invloed van de Huffington Post. Het weblog van Arianna Huffington groeide binnen een paar jaar uit tot een van de invloedrijkste media van de Verenigde Staten. Een vergelijkbaar invloedrijk weblog kennen we in Nederland (nog) niet. Maar dat wil niet zeggen dat internet geen doorslaggevende rol kan spelen in het bereiken van consumenten, kiezers, burgers en vooral jongeren. Daar kunnen ze bij het RIVM inmiddels over meepraten.
Het RIVM (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu) riep in februari 70.000 tienermeisjes per brief op om de eerste prik tegen het hpv-virus te halen. Het RIVM voorspelde een opkomst van zo’n 70 procent. Het idee achter de vaccinatieronde was immers helder. Het hpv-virus is seksueel overdraagbaar en kan op langere termijn uitgroeien tot baarmoederhalskanker. Door meisjes in te enten voordat ze seksueel actief worden, wordt de kans op baarmoederhalskanker aanzienlijk verkleind.
Biologieles vs Youtube
Dat klinkt plausibel. In eerste instantie lijkt er dan ook geen vuiltje aan de lucht. Het RIVM laat onderzoek doen naar de manier waarop tienermeisjes graag over dit onderwerp geïnformeerd willen worden - via de biologieles en de Yes, zo bleek - en ontwikkelt heldere en genuanceerde voorlichting.
De vertwijfeling is groot bij het RIVM als blijkt dat deze informatie niet terechtkomt bij de groep waar ze voor bedoeld is. Meisjes tussen dertien en zestien jaar lezen inderdaad de Yes (één uur per week) en krijgen biologieles (twee uur per week). Maar wat doen ze nog meer? Kijken ze daarnaast niet drie uur per week filmpjes op Youtube? Of ‘tikken’ ze niet vier uur per week vriendinnetjes op Hyves? Zoeken en delen ze misschien zo’n vijf uur per week online informatie over zo’n beetje alles wat meisjes van dertien bezighoudt?
Angstcampagne
En welke informatie over de hpv-prik treffen ze online dan aan? Juist, informatie afkomstig van de tegenstanders van de hpv-vaccinatie. Dat blijken er meer te zijn dan het RIVM vooraf heeft ingeschat en de tegencampagne wordt ook feller gevoerd dan verwacht. Een “oncontroleerbare angstcampagne” noemt het RIVM het in NRC Handelsblad, “en dat hadden we niet zien aankomen”.
Lage opkomst
Daar komt bij dat de tegenstanders wel prominent aanwezig zijn op de diverse communicatiekanalen waar tienermeisjes gebruik van maken. Zo is het anti-vaccinatie filmpje op Youtube inmiddels 75.000 keer bekeken, hebben de anti-vaccinatie Hyves samen meer dan 2.000 leden en is een e-mail waarin nadrukkelijk wordt gewezen op de risico’s van vaccinatie duizenden keren doorgestuurd door bezorgde ouders. Gevolg is dat de opkomst de 50 procent inmiddels niet haalt .
Campagne mislukt
Roel Coutinho, directeur van het Centrum voor Infectieziekten van het RIVM, geeft later in de Telegraaf ook toe dat de campagne niet heeft gewerkt: “Het was een algemene campagne met één boodschap voor de hele groep. Tot op heden hebben zulke campagnes altijd gewerkt, dit keer pakte het heel anders uit”. Hij voegt daaraan toe dat de voorlichtingscampagnes rondom de hpv-prik in de toekomst anders moeten: “kleinschaliger en decentraler”.
Netwerkbenadering
Met dat laatste is Politiek Online het volkomen eens. Wij zien jongeren tot 16 jaar als de eerste échte netwerkgeneratie. Ze zijn gewend aan grote hoeveelheden - soms tegenstrijdige – informatie. Veel daarvan dringt niet door, kiezen is vaak moeilijk. Wat wel doordringt en de keuze vergemakkelijkt is informatie van vrienden, vriendinnen, ouders en desnoods leeftijdsgenoten op internet. Benader jongeren dus ook op die manier, via hun offline en online netwerken, op een persoonlijke manier.














